"Je talent is een dieper besef over wie je bent"

"Je talent is een dieper besef over wie je bent"

Jan de Dreu kwam voor het eerst in aanraking met de menselijke kant van organisaties tijdens zijn opleiding Bedrijfskunde, begin jaren ‘70. Gaandeweg zijn beroepsontwikkeling wist hij zijn fascinatie voor de mens in de organisatie te vangen in het begrip ‘talent’. Als trainer en docent talentontwikkeling is Jan de Dreu verbonden aan de Pulsar Academie. Daarnaast schreef hij verschillende boeken, zoals ‘Leef - 8 opwekkende aanwijzingen’ en ‘Handboek voor Talent’. Wij spraken Jan over zijn kijk op dit onderwerp. 

Wanneer kwam je voor het eerst in aanraking met talent?
“Tijdens mijn eerste les Bedrijfskunde. Als bedrijfskundige-in-wording dacht ik: ‘we gaan ons bezighouden met het optimaliseren van bedrijfsprocessen’, maar het eerste wat de hoogleraar zei was: ‘Bedrijven bestaan niet, het zijn alleen maar mensen.’ Die opmerking is binnengekomen en nooit meer weggegaan.”
 
Wanneer ben je iets met het onderwerp gaan doen?
“Voor mijn werk als trainer en docent, ben ik vijftien jaar interimmanager geweest. Je hebt ontzettend veel concepten en modellen over leiderschap. Terwijl ik nog nooit een manager gezien heb die handelde volgens zo’n schema. Heb je ooit een ‘gele’ manager gezien? Nee, want het zijn gewoon mensen. Natuurlijk dacht ik in het begin ook: ‘wanneer ben je een goede manager?’ Inmiddels ben ik erachter dat het iemand is met eigenheid, die durft te doen. Dat probeer ik mensen te leren. Jouw manier, is de beste manier. Alleen staat dat niet in een boek, kun je er niet voor naar een cursus, maar moet je het zelf ontwikkelen. Gaandeweg mijn beroepsontwikkeling - mijn eigen leerweg - kwam ik op het begrip ‘talent’ en dacht ik: ‘dat is eigenlijk een mooi begrip waarin je het eigene van de mens kunt vangen’. Mijn opvatting is dat iedereen een talent heeft. Dat talent is uniek en zit niet in een schema. Als je dat weet, groeit je bewustzijn en als je bewustzijn groeit, word je bekwamer en kun je ook meer vertrouwen in ‘zo doe ik het, want dit is mijn manier’. Daar ben ik tot op de dag van vandaag druk mee, in alle mogelijke varianten.”
 
Je zegt dat ieder mens een uniek talent heeft, wat is voor jou de definitie van talent?
“Talent is je natuurlijke respons; er doet zich iets voor en dan komt er iets in jou op. Dat is niet gebonden aan de professionele wereld, maar aan ons hele levensbereik. Stel, iemand vraagt aan jou of je een jubileum wilt organiseren. Op dat moment krijg je meteen een ingeving, een idee. En in dat idee zit je bekwaamheid. Het idee wat ik krijg, kan ik ook uitvoeren. Dus eigenlijk zou ik nog liever zeggen ‘natuurtalent’. Je hebt dit talent al als kind, maar ook nog steeds als je negentig bent. Het is je wezenlijke, natuurlijke vermogen.”
 
Je bent er vrij stellig in dat het maar één natuurlijk vermogen is, hè?
“Daar ben ik absoluut stellig in. Het is een enkelvoudig begrip. Deze vraag krijg ik vaker en dat snap ik ook wel, je hebt natuurlijk allerlei competenties, bekwaamheden en vaardigheden. Maar dat is niet je talent. Je talent is eigenlijk een soort kracht die al die competenties bundelt en ergens op richt. Het is een dieper besef over wie je bent.”
 
Dus talent is eigenlijk je identiteit?
“Klopt, daarom probeer ik mensen ook op het niveau te krijgen dat ze achter ‘Ik ben…’ hun talent kunnen noemen. Bij sommige mensen lukt dat binnen vijf minuten bij anderen duurt het jaren. Het gaat erom dat je het ook voelt, dat het waar is.”
 
In je boek zeg je: ‘ieder mens heeft talent’, waardoor talent waardenvrij is. Zitten daar voor jou gradaties in?
“Nee, en dat is het mooie van mijn idee van talent. Het is een absoluutheid. Je bent dus briljant in dat ene vermogen. Alleen is dat vermogen wel een potentie. Je hebt dus uitgifte, toepassing en reflectie daarop nodig om je talent in de wereld tot uitdrukking te brengen. Werk is daarvoor heel geschikt.”
 
Doen mensen te weinig met hun talent?
“Absoluut, schrikbarend zelfs. Ik zelf ook nog steeds trouwens. Hoewel ik met pensioen ben, werk ik nog steeds. Eigenlijk vanwege deze ene reden. Ik wil dat wat er in mij zit er tot de laatste druppel uitkomt. Je hebt talent, dat is een potentie. Meesterschap is hoe het in de wereld uit je handen komt. Daarin ben ik nog niet klaar. Maar dat geldt voor ieder talent. Neem bijvoorbeeld de factor timing; hoe vaak ben je niet net te vroeg of net te laat met je opmerking. Het blijft een uitdaging om nog preciezer te zijn.”
 
Hoe gaan we daar, in jouw waarneming, in onze samenleving mee om? Bijvoorbeeld in het onderwijs?
“Slecht, heel slecht. We proberen mensen te dresseren op hun kunnen, op competenties, op de outputkant. Talent zit aan de inputkant. Talent is een vermogen wat zich werpt op de situatie en creatief, moedig, vol energie en volhardend is. Maar ik kom veelal mensen tegen uit professionele organisaties die ‘afgerekend’ worden. Zij gaan zich ongelukkig voelen en blijven te lang in de verkeerde baan zitten. We zitten teveel op de outputperformance.”
 
Je zei het eerder al, een mens is niet geel. Het stoppen van mensen in hokjes en categorieën lijkt toe te nemen.
“Dat is ook zo, de machine die steeds meer systeem voortbrengt gaat gewoon door. En dat zit hem in de hoofdkantoren. Die worden ook steeds groter, hebben geen contact meer met de werkvloer en maken daarom nog een systeem. Stel, je bent leerkracht op een gemiddelde HBO, je weet niet wat je ziet.”
 
Je bedoelt in wat voor kolossale omgeving je aan het werk bent?
“Ja en je beroepsuitvoering wordt in spreadsheets en rapportagedocumenten vastgelegd. Ik geef wel eens les aan de docenten. Wanneer ik vraag wat het wezen is van onderwijs dan weten ze het eigenlijk niet meer. Ik moet dan als buitenstaander zeggen: ‘Je leerling!’ Ze zijn het gewoon kwijt. Het goede nieuws is dat ze binnen tien minuten weer ‘connected’ zijn. Dat is wel wat de systemen veroorzaken. Daarom komen er steeds meer ontwikkelingen van zelfsturing, een tegenbeweging. De systemen zijn aan het verkruimelen.”
 
Wij komen op ons bureau veel mensen tegen die daar ongelukkig van worden. Welke sector dan ook.
“Dat is ook wat ik merk. Mijn talentingang gaat eigenlijk over gepaste ongehoorzaamheid. Dat is zo leuk van talent; in ons talent zijn we hyperintelligent, slim en handig. Je kunt in allerlei systeemsituaties veel meer de grenzen oprekken dan je denkt dat mag.”
 
Eigenlijk moeten we mensen dat dus van jongs af aan leren?
“Eigenlijk wel, maar daar begint het al; want wat krijgt in het onderwijs de aandacht? Dat wat je niet kunt. En wat je wel kunt? Laat dat maar zitten. Terwijl ik denk: ‘daar moet je juist zijn!’ Je kunt namelijk in wat je wel kunt, veel beter worden.”
 
Waar komt dit vandaan?
“Beheersing; kom op een gemiddeld hoofdkantoor en je begrijpt het gelijk.”
 
In je boek schrijf je ook over ‘de draak’. Wat is die draak?
“Talent heeft zijn interne tegenstander, dat noem ik ‘de draak’. Talent is een voorwaartse kracht, die wil ontdekken en groeien. Maar we hebben ook een kracht in ons, die ons klein wil maken; angst, gepieker. Wie zijn talent verder wil ontwikkelen, moet ook die tegenkracht kennen, zijn draak.”
 
Je schrijft daarover dat het goed is elkaars draak te erkennen. Is daar ruimte voor binnen organisaties?
“Nee, draken zijn een taboe. Zo nu en dan begeleid ik managementteams. Door veiligheid te creëren kun je mensen zo ver krijgen een draak van zichzelf te benoemen. Je ziet de rest van het team op dat moment uitademen, want die kennen die draak natuurlijk al lang. Doordat de draak op tafel ligt, merk je dat het rustiger wordt en dat mensen zelfs grapjes gaan maken: ‘Ben je weer in je draak?’ Dan ontstaat er lucht en krijgt je talent de ruimte. In de huidige maatschappij lijkt het alsof onvermogen of een handicap niet mag bestaan, terwijl iedereen die heeft. Het gevaar is dat de draken hierdoor juist groter worden. Het gaat sluimeren en als dan een keer de bom barst is het volkomen disproportioneel. Terwijl als je er een beetje luchthartig mee omgaat, je meer kunt hebben van anderen.”
 
We zeggen nu tegen elkaar dat organisaties meer moeten doen met talent. Maar hóe doe je dat?
“Eén van mijn successen was dat ik ooit bij Neckermann - een postorderbedrijf met 1500 personeelsleden, wat destijds enorm floreerde - het voor elkaar gekregen heb om in het klassieke, jaarlijkse beoordelingssysteem het vakje ‘talent’ toe te voegen. Aan de medewerkers werd gevraagd: ‘Wat is je talent en wat wil je volgend jaar leren?’ Het resultaat was dat de hele gesprekssfeer veranderde. Dankzij het eenvoudige toevoegen van talent werd het leuk voor beide partijen. Simpelweg omdat talent en leren vriendjes zijn van elkaar.”
 
De mate waarin mensen leren en ontwikkelen in hun talent is wel verschillend. Hoe kijk jij daar naar?
“Het ontwaken van talent is een must. Als dat niet gebeurt dan gaat je negatieve zelfbeeld van het talent winnen. Het is dus nodig dat je talent wordt aangeraakt en eigenlijk niet meer te ontkennen valt. Daarna krijg je de leerweg. Dat kan iemand niet helemaal alleen; mensen moeten, door bijvoorbeeld hun leidinggevende, uitgedaagd worden in hun talent. Na een tijdje kan iemand het zelf. Natuurlijk blijft er altijd een stukje negatief zelfbeeld, want dat houden mensen er sterker op na dan wij vermoeden.”
 
Gaat een negatief zelfbeeld dan nooit weg?
“Je moet er vrede mee hebben, dat helpt enorm. Ik heb te doen met mensen die er vanaf willen, want dat is een niet te winnen strijd. Sommige mensen zoeken een eeuwige harmonie, maar dat bestaat helemaal niet. Balans is altijd in beweging. Als je je daar bewust van bent, wordt het leven een stuk eenvoudiger.”


---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Dit interview is onderdeel van het Loopbaan Magazine: "Talent"
Dit artikel delen:
Wilmar Schaufeli is hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Universiteit van Utrecht en als onderzoekshoogleraar verbonden aan de KU Leuven. Ook is hij gastdocent aan de Loughborough Business School en de Spaanse universiteit Jaume I. Wilmar Schaufeli is geregistreerd klinisch psycholoog, GZ-pycholoog en arbeids- en gezondheidspsycholoog. We spraken met hem over bevlogenheid in het onderwijs.

 

 

Eigenwijze lui, mensen zonder zelfreflectie. Dol op vakantie en toch denken dat ze hard werken. Ze kennen de CAO van a tot z, o wee als er een regeltje verkeerd toegepast wordt. Dan zijn ze er als de kippen bij; klaar om hun rechten te vuur en te zwaard te verdedigen. Mislukte intellectuelen, te weinig talent om een wetenschappelijke carrière te ontwikkelen. Dus toen maar het onderwijs ingegaan. Zomaar wat vooroordelen die bestaan over docenten binnen het middelbaar onderwijs. Geen vooroordelen die alleen binnen de - onwetende - samenleving leven, ook binnen de sector zelf zijn genoeg mensen die er zo over denken. En een forse groep van deze mensen, docenten in het middelbaar onderwijs, gaan wij coachen in hun loopbaan.
Wij merken in ons werk dat weer steeds vaker naar positieve ontwikkeling gekeken wordt. Het afgelopen jaar hebben wij hier aan mogen bijdragen door het uitvoeren van een groot aantal Loopbaanscans binnen het voortgezet onderwijs. Hierdoor hebben we uitvoerig kennis kunnen maken met ‘de docent’ en zijn bevlogenheid. Een thema bij uitstek om dit zomernummer bij stil te staan.